Schauvliege weer niet ambitieus genoeg - 28 juni 2016

 

Om verharding en overstromingen tegen te gaan, zou Schauvliege moeten schrappen in de 13.000 ha woonuitbreidingsgebieden, maar ze is dit niet van plan

 

Toen de minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) een betonstop in 2050 in het vooruitzicht stelde, waren de reacties bijna unaniem: een betonstop is nodig, maar 2050 is veel te laat. Er is actie nodig op korte termijn. Die actie kan de minister vandaag nemen. Maar wat blijkt uit vertrouwelijke documenten: de lat ligt veel te laag.

Er ligt namelijk een dossier op tafel over de toekomst van de woonreservegebieden (WRG) in Vlaanderen. 13.748 ha van deze WRG is vandaag nog onbebouwd en hoeft dat ook niet te worden. Er is namelijk nog meer dan voldoende woongebied beschikbaar in de bestaande woonwijken om de verwachte bevolkingsgroei tot 2050 op te vangen. In totaal zijn er binnen het woon- en woonuitbreidingsgebied samen nog voor 42.072 ha percelen beschikbaar.

Volgens conservatieve schattingen hebben we daarvan ongeveer een derde nodig om tegen 2050 iedereen te kunnen huisvesten. Een logische eerste stap om de verdere verkaveling van natuur- en landbouwgebied te stoppen, zou dus duchtig schrappen in de woonreservegebieden zijn, goed voor één derde van dat geheel.

Maar wat blijkt uit vertrouwelijke documenten: de ambitie ontbreekt volledig. De minister overweegt maximum 20% van deze 13.748ha woonuitbreidingsgebieden te schrappen. Een druppel op een hete plaat.

 

De situatie vandaag

Doordat zo veel grond in Vlaanderen bebouwd of verhard werd (door gebouwen, wegen, parkings) kan het regenwater niet meer natuurlijk in de grond sijpelen. Het gevolg is dramatisch. Door concentraties van water worden vele Vlamingen geconfronteerd met overstromingen. Garages en kelders lopen onder water, wijken zijn niet toegankelijk.

Vorige week bracht de Groen-fractie in het Vlaams Parlement aan het licht dat Schauvliege nog steeds toelaat dat burgemeesters nieuwe woonwijken laten aanleggen in gebieden waar er een hoog risico is op overstroming.

In dit dossier kijken we naar de oorzaak van de verharding: steeds meer gronden worden bebouwd voor woningen of industrie. Hoe zou de Vlaamse regering deze evolutie naar steeds meer beton en dus steeds meer overstromingen kunnen afremmen? Welke kleine stappen kan Schauvliege vandaag al zetten, eerder dan te wachten tot 2050?

Elke dag wordt er in Vlaanderen nog 6 ha of 9 voetbalvelden natuur en landbouwruimte volgebouwd. Als we tegen dit tempo doorgaan, blijft er in 2050 niet veel open ruimte meer over. (Bogdan & Van broeck Architects (2014): expertenadvies: sensibilisering bouwcultuur en ruimtelijk rendement[1])

Volgens de VRIND-cijfers staan er in Vlaanderen in totaal 42.072 hectare onbebouwde percelen vrij, die potentieel kunnen bebouwd worden. In het vakjargon noemt men dit de “juridische voorraad”. Op de gewestplannen in de jaren 70 kregen ze als overkoepelende bestemming “wonen”.

  • Volgens de VRIND volstaat het om slechts 5% tot 10% van deze onbebouwde percelen in te vullen om de bevolkingstoename tot 2030 op te vangen (max. 4200 ha) wanneer er wordt uitgegaan van verdichting. Wanneer echter geen verdichting zou plaatsvinden en enkel onbebouwde percelen aangesneden worden aan dichtheden van 15 tot 25 woningen per hectare, dan loopt dat percentage op tot 25 à 30 %. Een recente studie van het VITO in opdracht van de Vlaamse administratie toonde aan dat het mogelijk is om tegen 2050 tot 800 000 extra inwoners op te vangen binnen reeds bewoonde locaties die gelegen zijn op knooppunten van openbaar vervoer én een goede voorzieningengraad hebben.[2]
  • 13.748 ha van deze gronden is gelegen in woonuitbreidingsgebied, dat zijn gebieden die de opmakers van de gewestplannen in de jaren zeventig aanmerkten als potentiële uitbreidingsgebieden voor wonen. Deze gebieden vormen een reserve bovenop de bestaande voorraad van woonzones. Vanuit een vooruitgangsoptimisme en politiek dienstbetoon werd in de gewestplannen kwistig gestrooid met woon(uitbreidings)gebied, veel meer dan noodzakelijk was om aan de toekomstige behoeften te voldoen. Die gewestplanbestemmingen werken tot op de dag van vandaag nog door in de ruimtelijke ordening. Het is deze categorie die ons interesseert in deze nota. Alle woonuitbreidingsgebieden staan in een atlas op het internet[3]

 

De kabinetten van de Vlaamse regering zijn op dit moment aan het onderhandelen over het Ontwerp van decreet voor de wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Daarin zouden de 13.748 ha woonuitbreidingsgebied opgedeeld worden in een ‘positieve lijst’ en een ‘negatieve lijst’.

Ingrid Pira: “Als de Vlaamse regering vandaag wil beginnen met de strijd tegen de overstromingen van morgen, is wat ze doet met deze ‘woonuitbreidingsgebieden’ dus de kern van de zaak. De percelen die vandaag nog leegstaan in de kernen (max. 4200 ha) kunnen volstaan om de bevolkingsaangroei tot 2050 op te vangen. Dus als Schauvliege stappen wil zetten tegen overstromingen, zou ze logischerwijs heel kritisch kunnen zijn en veel kunnen schrappen in 13.748 ha ‘woonuitbreidingsgebied’, die eigenlijk overbodig zijn”. 

Kort samengevat, als de CD&V-minister het meent in de strijd tegen overstromingen, begint ze met te schrappen in de overbodige woonuitbreidingsgebieden. Doet ze dat?

Uit een vertrouwelijk document dat via een gunstige wind op het bureau van Groen-parlementslid Ingrid Pira belandde, blijkt van niet. In het document, een draft-versie van het “ontwerp van decreet voor de wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening” dat in de IKW’s circuleert, spreekt men enkel van vork van 500 ha tot 3000 ha. Een peulschil dus in vergelijking met de 13.748 ha aan woonuitbreidingsgebieden die op de gewestplannen staan.

 

Schauvliege laat gemeenten nog verder gebieden aansnijden, dus nog extra verharding

Ze gaat uit van een hypothetische 1.000 ha die geschrapt kan worden. Voor de overige voorziet ze maatregelen waardoor deze versneld kunnen aangesneden worden en die dus de verdere verharding en verkaveling van Vlaanderen in de hand zullen werken. Hiermee treedt ze haar eigen ambities van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dat in opmaak is met de voeten. Nochtans werden die ambities bekrachtigd op de Vlaamse klimaattop door minister-president Bourgeois.

 

Hoeveel woningen nodig?

Volgens prognoses moeten tegen 2050 800.000 extra inwoners opvangen. Dit kan perfect op goed gelegen locaties bij knooppunten van openbaar vervoer zonder één extra hectare groene ruimte in te nemen en zonder dat we allemaal in appartementen moeten wonen. Zelfs als we de bevolkingsgroei en het fenomeen van gezinsverdunning zouden opvangen door enkel nieuwe kavels in te nemen hebben we minder dan één derde nodig van de bestaande voorraad van vrijliggende percelen. Een eerste logische stap om de verdere verkaveling van natuur- en landbouwgebied te stoppen, zou dus het schrappen in de woonuitbreidingsgebieden moeten zijn.

 

Het positieve van de negatieve lijst

In haar conceptnota “reservegebieden voor wonen” van 8 mei 2015 voorziet de minister een dubbele aanpak voor deze reservegebieden: ofwel verantwoord aansnijden volgens objectieve criteria, ofwel niet langer ontwikkelen. Deze laatste komen op een negatieve lijst te staan en zullen als WUG geschrapt worden.

De negatieve lijst wordt vastgesteld op basis van volgende criteria:

  1. De gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen en de gemeentelijke beleidsplannen ruimte
  2. Gegevens over de overstromingsgevoeligheid van het gebied
  3. De eventuele ligging in een speciale beschermingszone
  4. Het eventuele gebrek aan kernversterkend of inbreidingsgericht karakter

​​Het principe hiervan is positief maar uit de voorbereidende regeringsdocumenten blijkt overduidelijk dat er actief wordt gezocht om zo weinig mogelijk WUG op de negatieve lijst te zetten.

 

Schauvliege laat zelfs bouwen in gebieden die slecht gelegen zijn volgens de gemeenten zelf

De 308 Vlaamse gemeenten hebben in hun gemeentelijk ruimtelijk structuurplan tussen de 2500 à 3500 ha WUG aangeduid als “niet te ontwikkelen” omwille van het feit dat ze slecht gelegen zijn en een kernversterkend beleid in de weg staan. Ingrid Pira: "We zouden er kunnen van uit gaan dat dit gebieden zijn die automatisch op de negatieve lijst terecht komen. Niet zo. Schauvliege zal vandaag deze gemeenten vragen om deze beslissing te heroverwegen aan de hand van het afwegingskader van de Vlaamse regering. Ze gaat er van uit dat verschillende gemeenten op hun beslissing terugkomen, zo blijkt uit het ontwerp van decreet."

 

Schauvliege laat zelfs overstromingsgebied dat slechts af en toe overstroomt nog potentieel ontwikkelen

719 ha woonuitbreidingsgebied is tevens signaalgebied, dat wil zeggen overstromingsgevoelig. Toch wil dit niet automatisch zeggen dat deze gebieden op de negatieve lijst terecht komen. Ongeveer de helft zijn gebieden die niet frequent overstromen. Deze hoeven volgens de ontwerptekst niet op de negatieve lijst. Nochtans weten we dat de wateroverlast in de toekomst alleen nog maar kan toenemen.

De economische schade van de overstromingen van november 2010 wordt geschat op 180 miljoen euro (Binnenlandse Zaken). Het niet op de markt brengen van deze WUG zou dus een enorme besparing kunnen betekenen.

 

Wat dan wel?

Vele Vlamingen zijn op zoek naar een betaalbare woning of bouwgrond in buurten waar het aangenaam is om in te leven. In plaats van de verdere verkaveling van Vlaanderen in de hand te werken zou de minister beter inzetten in het sneller op de markt brengen van leegstaande woningen en bouwkavels die gelegen zijn op knooppunten van openbaar vervoer. Volgens een recente studie van het VITO is er op deze plekken nog voldoende ruimte om de bevolkingstoename op te vangen.[4] In plaats van de laatste snippers natuur en groen te verkavelen, moet er juist werk gemaakt worden om nieuwe natuur in de buurt van bewoners van steden en kernen te brengen. Daar is namelijk een structureel tekort aan. Dit zou een positief effect hebben op onze gezondheid en op de waterhuishouding.

Vandaag zijn staan alle woonuitbreidingsgebieden in een atlas op het internet[5] en dat terwijl er geen globaal overzicht is van het aantal leegstaande woningen en vrijliggende percelen binnen woongebied. De minister zou beter werk maken een monitoringsysteem dat continu in de verschillende gemeenten opvolgt welke gronden voor verdichting en kernversterking geschikt zijn. Deze inventaris geeft een overzicht van gebieden die vandaag onderbenut zijn maar door hun ligging geschikt zijn voor verdichting en verweving. Deze informatie is dienstig voor ondernemingen en diensten, verenigingen en investeerders.

Ingrid Pira

Groen-parlementslid in het Vlaams Parlement