Cumul politieke mandaten : de kop van de draak

Tijdens elke crisis over politieke ethiek, of het nu over het smeergeldschandaal Agusta of de nasleep van de affaire Dutroux gaat, komt steevast de cumul van politieke mandaten – burgemeester of schepen gecombineerd met parlementslid – de kop opsteken. En daarna gaat die weer onder. Omdat het moeilijk is in eigen vlees te snijden.

Momenteel wordt de burger bedolven onder een opbod van allerlei voorstellen om “iets” te doen aan de wildgroei van mandaten en dito vergoedingen in intercommunales en vooral gefabriceerde structuren eronder. Maar de cumul van politieke mandaten ? U raadt het : die lijkt eens te meer de dans te ontspringen.

Nochtans is die cumul de super-cumul. Want het zijn in alle partijen de toppolitici die hun burgemeester- of schepenschap combineren met een zitje in het parlement. Hoe wil je nu al die kleinere politici in gewone intercommunales de duimen aanschroeven als de belangrijkste mensen binnen hun partij dat niét doen ? Om het met een metafoor te zeggen : de super-cumul – die tussen burgemeester of schepen en parlementslid - is de kop van de draak. Die moet eraf, anders steekt hij steeds weer op.

Groen heeft die decumul al sinds Agalev-tijden in de statuten staan. Burgemeester, schepen, parlementslid : het zijn stuk voor stuk voltijdse jobs – hoe kan je in godsnaam twee voltijdse jobs combineren - en bovendien goed betaald. En het werkt. We hebben waardevolle, gerespecteerde en inspirerende parlementsleden in het Vlaams, Federaal en Brussels parlement. We hebben waardevolle, gerespecteerde en inspirerende schepenen en burgemeester op het lokale niveau. Nu moet eindelijk op het gaspedaal geduwd worden  : geen cumul meer tussen burgemeester of schepen en parlementslid.

Maar het geval – de decumul politieke mandaten - is taai en er worden door de traditionele partijen altijd terug dezelfde argumenten aangevoerd om het niet te doen. Hieronder de twee meest gehoorde argumenten  :

Ervaring. “Burgemeesters en schepenen brengen ervaring binnen in het parlement”, zo heet het argument. Natuurlijk is dat zo maar 1. Als ex-burgemeester of ex-schepen breng je ook ervaring mee. En 2. Wat is er mis mee om als burgemeester of schepen contact te nemen met het parlementslid van jouw stad of regio om bekommernissen over te maken ? Of 3. Hebben gewone gemeenteraadsleden in het Vlaams Parlement dan geen ervaring ? Tenslotte 4. Er groeit een consensus om burgemeesters en schepenen van middelgrote en grote steden niet meer te laten cumuleren en die van kleine gemeenten wel. Hoe zit dat dan met het argument ervaring ? Is de ervaring van burgemeesters en schepenen van kleine gemeenten belangrijker dan die van grote steden ? Conclusie : we zitten blok met het argument ervaring.
Contacten en lobbying. “Burgemeesters en schepenen in het parlement kunnen lobbyen voor hun stad of gemeente”, zo heet het argument. Natuurlijk is dat zo maar 1. Voor het leggen van contacten of te lobbyen voor je stad of gemeente heb je toch geen (duur) betaald mandaat nodig ? Gewoon een telefoon en een agenda, afspraak maken met administratie of minister, trein nemen naar Brussel is toch voldoende?  En 2. Wat dan met al die burgemeesters en schepenen die geen parlementslid zijn ? Kunnen die niet goed lobbyen voor hun stad of gemeente ? Conclusie : we zitten blok met het argument contacten en lobbying.

En hoe zit het eigenlijk met de grondwettelijke scheiding van de machten ? Burgemeesters en schepenen zijn lid van de uitvoerende macht, terwijl parlementsleden behoren tot de wetgevende macht. Kan die combinatie dan zomaar ?

Maar natuurlijk is er – wat dacht u – het electorale element, want een parlementslid dat ook burgemeester of schepen is of omgekeerd is stapelaar in bekendheid. Goed voor veel voorkeursstemmen tijdens de volgende verkiezingen.

Kortom, als we als politici nu eens alle argumenten eerlijk op een rij zetten, mekaar diep in de ogen kijken en een deftig signaal aan de bevolking willen geven dat het ons menens is… Dan stoppen we gewoon nu met die super-cumul. Van klein tot groot. Eén regel voor iedereen. Geen burgemeester of schepen en tegelijk parlementslid. Vijf minuten politieke moed.

 

Ingrid Pira

Vlaams parlementslid voor Groen